Omschrijving
Het Castello San Giorgio is de Genuese vesting die vanaf de heuvel Poggio over La Spezia uitkijkt, boven het historische centrum, waar de stad ontstond. Binnen bevindt zich het Archeologisch Museum Formentini, met de raadselachtige stèlebeelden uit de Lunigiana.
Je komt er via de Via XXVII Marzo, die tussen de resten van de veertiende-eeuwse stadsmuren door loopt: zo'n driehonderd meter omwalling, met ghibellijnse kantelen, een weergang en smalle schietgaten voor boogschutters.
Kijk buiten goed naar de westingang: boven de poort zitten het wapen van Genua en een reliëf van Sint-Joris die met de draak vecht. Op het grasveld voor het portaal liggen nog de fundamenten van de oude ophaalbrug, die werd bewaakt door een toren met guelfische kantelen.
Het kasteel bestaat eigenlijk uit twee vestingen tegen elkaar aan. Bovenaan herken je middeleeuws muurwerk en een vierkant blok van 5,50 meter breed, misschien de oorspronkelijke toren. Hoger op de helling staat het zeventiende-eeuwse deel, vierkant, met veelhoekige bastions op de vier hoeken.
De zalen van het Museo Formentini zijn de reden om naar binnen te gaan. Op de benedenverdieping staan de stèlebeelden: menselijke figuren die tussen de kopertijd en de ijzertijd in steen zijn gehouwen en langs de Magra zijn gevonden. Er staan negentien originelen.
Op de bovenverdieping volgen de marmers uit Luni, de Romeinse kolonie in het dal van de Magra: bustes van Tiberius en van een Julisch-Claudische prins, een groot mozaïek met een panter tussen palmbomen, theatermaskers en gevleugelde geniussen, en eenendertig gouden plaatjes uit de vroege middeleeuwen.
Tussen de sokkels van Romeinse beelden zitten er een paar waarvan de naam is weggebeiteld: dat is de damnatio memoriae, waarmee Rome de herinnering uitwiste aan wie in ongenade was gevallen.
Het eerste kasteel liet Nicolò Fieschi in 1262 bouwen, door een oud fort op de heuvel uit te breiden. Elf jaar later namen de Genuezen van Oberto Doria het in en verwoestten het. Het werd meermaals herbouwd en in 1606 besloot Genua het te versterken met de nieuwe vesting hoger op de helling.
In 1609 telde het garnizoen twintig man: een kapitein, twee kanonniers, een trommelaar en zestien soldaten. De slotvoogd moest van adel zijn en mocht de vesting niet verlaten, op straffe van de dood.
In 1885 verdween het kasteel bijna: op de heuvel wilde men het nieuwe ziekenhuis bouwen. Het te dure plan werd opgeborgen, mede door verzet van de dienst voor monumentenzorg. De restauratie begon in 1985 en was in 1998 klaar.
Niet missen
• De stèlebeelden.
• Het reliëf van Sint-Joris en de draak.
• Het mozaïek met de panter.
• De veertiende-eeuwse stadsmuren.
Wist je dat?
• In 1907 zei de schilder Felice Del Santo, terwijl hij in de vesting aan het schilderen was, dat hij een draak had gezien, of misschien een flinke hagedis.
• De eerste stèlebeelden dateren uit het vierde millennium voor Christus.
Je komt er via de Via XXVII Marzo, die tussen de resten van de veertiende-eeuwse stadsmuren door loopt: zo'n driehonderd meter omwalling, met ghibellijnse kantelen, een weergang en smalle schietgaten voor boogschutters.
Kijk buiten goed naar de westingang: boven de poort zitten het wapen van Genua en een reliëf van Sint-Joris die met de draak vecht. Op het grasveld voor het portaal liggen nog de fundamenten van de oude ophaalbrug, die werd bewaakt door een toren met guelfische kantelen.
Het kasteel bestaat eigenlijk uit twee vestingen tegen elkaar aan. Bovenaan herken je middeleeuws muurwerk en een vierkant blok van 5,50 meter breed, misschien de oorspronkelijke toren. Hoger op de helling staat het zeventiende-eeuwse deel, vierkant, met veelhoekige bastions op de vier hoeken.
De zalen van het Museo Formentini zijn de reden om naar binnen te gaan. Op de benedenverdieping staan de stèlebeelden: menselijke figuren die tussen de kopertijd en de ijzertijd in steen zijn gehouwen en langs de Magra zijn gevonden. Er staan negentien originelen.
Op de bovenverdieping volgen de marmers uit Luni, de Romeinse kolonie in het dal van de Magra: bustes van Tiberius en van een Julisch-Claudische prins, een groot mozaïek met een panter tussen palmbomen, theatermaskers en gevleugelde geniussen, en eenendertig gouden plaatjes uit de vroege middeleeuwen.
Tussen de sokkels van Romeinse beelden zitten er een paar waarvan de naam is weggebeiteld: dat is de damnatio memoriae, waarmee Rome de herinnering uitwiste aan wie in ongenade was gevallen.
Het eerste kasteel liet Nicolò Fieschi in 1262 bouwen, door een oud fort op de heuvel uit te breiden. Elf jaar later namen de Genuezen van Oberto Doria het in en verwoestten het. Het werd meermaals herbouwd en in 1606 besloot Genua het te versterken met de nieuwe vesting hoger op de helling.
In 1609 telde het garnizoen twintig man: een kapitein, twee kanonniers, een trommelaar en zestien soldaten. De slotvoogd moest van adel zijn en mocht de vesting niet verlaten, op straffe van de dood.
In 1885 verdween het kasteel bijna: op de heuvel wilde men het nieuwe ziekenhuis bouwen. Het te dure plan werd opgeborgen, mede door verzet van de dienst voor monumentenzorg. De restauratie begon in 1985 en was in 1998 klaar.
Niet missen
• De stèlebeelden.
• Het reliëf van Sint-Joris en de draak.
• Het mozaïek met de panter.
• De veertiende-eeuwse stadsmuren.
Wist je dat?
• In 1907 zei de schilder Felice Del Santo, terwijl hij in de vesting aan het schilderen was, dat hij een draak had gezien, of misschien een flinke hagedis.
• De eerste stèlebeelden dateren uit het vierde millennium voor Christus.